3x De schooltijd van vroeger: mevrouw Weijman kreeg les van een Joodse onderduikster

Foto van mevrouw Weijman

De lagere school in 1944: Een tijd zonder mobiele telefoons, digiborden, en spelcomputers. De Tweede Wereldoorlog was in volle gang. Hoe was het om in deze tijd naar school te gaan? Kon je überhaupt naar school? Ik vraag het aan mevrouw Weijman van 83 jaar. Ik ontmoette haar in het buurtcentrum Oog voor Ondiep in Utrecht, tijdens één van onze collegereeksen over het brein. 

Op een warme, zomerse dag, fiets ik naar haar huis. Ik zet mijn fiets op slot, bel aan en mevrouw Weijman doet de deur open. Ze glimlacht vriendelijk en vraagt of ik mijn fiets binnen wil zetten, want “sommige mensen snappen niet zo goed dat ze van andermans spullen af moeten blijven”, vertelt ze. We lopen door het huis naar de tuin. Het is grote, groene tuin, met veel planten, bloemen en een muurschildering van het Franse platteland. Inclusief een chateau. Nadat ik de tuin heb bewonderd en een kopje thee heb ingeschonken, kunnen we beginnen. Wat maakte mevrouw Weijman vroeger mee op school? 

1: Naar school in de oorlog
“Ik leer graag, ik ben super leergierig”, zegt mevrouw Weijman. Dat was ze als kind al, maar toen ze zes jaar was en dus eigenlijk naar de lagere school zou gaan, waren alle scholen gesloten. Het was immers 1944 en de Tweede Wereldoorlog was in volle gang.

De meeste kinderen liepen tijdens de Tweede Wereldoorlog een leerachterstand op door het sluiten van de scholen, maar mevrouw Weijman ging wel naar ‘school’ in de oorlog. “Mijn vader werkte namelijk bij een luxe bakkerij. Hij moest werken voor de Duitsers in de oorlog, maar hij kon wat brood mee naar huis smokkelen. Dit brood bracht hij ook een paar keer per week naar een Joodse mevrouw, een onderwijzeres, die ondergedoken zat bij iemand die hij kende.”

In ruil daarvoor gaf deze juf mevrouw Weijman, als klein meisje, in het geheim les in rekenen, lezen en schrijven. De Duitsers mochten dit niet te weten komen, want anders zou de onderduikster niet meer veilig zijn in haar schuilplaats. Mevrouw Weijman vond het fijn dat ze op deze manier kon blijven leren. 

2: Geen zomervakantie in de klas van vroeger
Weet je nog, een zomervakantie van zes weken lang waarin we weinig deden, speelden en vakantie vierden? Dat was vroeger niet altijd het geval. Al helemaal niet als je naar de hogere burgerschool ging; de middelbare school die alleen toegankelijk was voor kinderen die goed konden leren en het toelatingsexamen haalden, vertelt mevrouw Weijman. Omdat leren haar gemakkelijk afging kreeg zij ‘De Toetsnaald’: een dik boek vol met opdrachten en stukken tekst over alle vakken van de middelbare school. Als je het toelatingsexamen had gehaald, dan werd je in de zes weken ‘zomervakantie’ voorbereid op de schooltijd erna. De boeken voor de middelbare school kreeg ze van de gemeente als haar rapportcijfer gemiddeld een zeven zou zijn. 

3: Opleiding tot huisvrouw
De familie Weijman had het niet zo breed. Er was geen geld om te studeren en een studentenlening of studiefinanciering was nog niet beschikbaar. Mevrouw Weijman moest na de middelbare school dus gelijk aan het werk.  Ze vond al snel een baan bij de Nederlandse spoorwegen. 

Tegenwoordig wordt er als werknemer van je verwacht dat je trainingen volgt en je blijft ontwikkelen binnen je vakgebied. Als je bakker wordt, leer je brood bakken. En als je treinmonteur wordt, leer je meer over treinen. Toch? Niet in de jaren zestig. Mevrouw Weijman was personeelsplanner bij de spoorwegen en ontving geen trainingen over personeelszaken, maar ging elke dinsdag naar de huishoudschool om te leren bakken, poetsen en strijken. Een opleiding die betaald werd door de spoorwegen.

Tijdens haar carrière werd mevrouw Weijman alvast voorbereid op het leven als huisvrouw, want zodra ze zou gaan trouwen, moest ze stoppen met werken. Dat was heel normaal in die tijd. En als je dan getrouwd bent “kan je maar beter beslagen ten ijs komen”, vindt mevrouw Weijman.

Wijze lessen
Mevrouw Weijman vond haar schooltijd fantastisch. Toch leerde ze de belangrijkste dingen in haar leven niet op de basisschool of de huishoudschool, maar van haar moeder. “Niet vooroordelen, naar andere mensen luisteren, en in ieder geval van andermans spullen afblijven. Dat is mij mijn hele leven bijgebleven’’, vertelt Weijman.

Kortom, de schooltijd van mevrouw Weijman zag er heel anders uit dan mijn eigen schooltijd. Ik kan het mij maar moeilijk voorstellen om naar school te gaan tijdens een oorlog of les te krijgen in huishoudelijke taken. Wel heb ik gezien dat leren iets is van alle tijden en voor alle leeftijden. Ook mevrouw Weijman blijf nu nog leren, ze leest veel boeken en woont zo nu en dan een college van OGJG bij. Ben jij of ken jij iemand die het leren ook nog niet is verleerd? Neem dan een kijkje bij onze senioren colleges.

Geschreven door Eva. Eva’s schoolcarrière begon in 1998. Nu werkt ze als marketing- en communicatiemedewerker bij Stichting Oud Geleerd Jong Gedaan.